Het jaar rond voor kinderen

Samen

Oktober

Oh, herfstwoud houd je schatten vast?

Nog lig je verdroomd en stil.

Je wacht op het eerste stormgetij.

Ach, dan is je rijkdom snel voorbij.

De herfstnatuur wil gaan slapen.

Nu moet onze ziel gaan waken.

Dan draagt zij zonnegloed

de winterkoude tegemoet.

Dreigende, grauwe wolkengevaarten,

zeilen door de hemelzee.

Zij brengen op een dag felle hagelvlagen

en snerpende koude mee.

Open ligt het wijde veld,

waarlangs het pad mij voert.

Open moeten wij zelven zijn,

voor het goede en niet voor geweld.

Hermien Ijzerman

Augustus kleur

Na-Zomer

Didireladom – Didireladei!

Heila vogels,

wat zingen jullie zo luid en zo blij.

Wat willen jullie toch laten weten,

aan de bosgeest in gindse vallei?

Mogen ook wij het liedje meezingen

en kunnen wij helpen bij dit karwei?

Ook wij willen de bosgeest goed stemmen

eer de winter komen gaat

en hij het bos dus weer verlaat.

Als alle werk is gedaan,

kunnen ook wij weer henengaan.

Jullie vogels blijven hier achter,

jullie zijn als een trouwe wachter.

Jullie klagen niet,

zelfs als het bos niet veel meer biedt.

Maar, trouwe vriendjes

laat ons hopen en denken,

dat het bos vooralsnog genoeg blijft schenken.

Hermien ijzerman

 

090814

 

Augustus

Hoger en steeds hoger, als het beste,
groeiden de zonnebloemen op.
En nu? Te lange, lange leste,
krijgen zij hun bloei in de top.

De muggen dansen maar komen niet hoog,
zoemend komen ze me plagen.
Gelijk soms sombere gedachten,
die ik als lastige muggen moet verjagen.

Oranje glanst het in de duindoornstruiken.
Oranje getooid, de lijsterbomen staan.
De fazanten met hun jongen
en ook de lijsters doen zich er te goed aan.

Goudglanzend golft het korenveld.
Ruisende wind buigt de halmen neer.
Rijpingskrachten ongeteld,
brengen hun zegen weer.

Hermien Ijzerman

Elfen Elfenrij door Margret von Borstel

Zomer

Windewie ~ Windewei!
Met de wind leven wij.
Met de wind zweven wij.
Over de weidjes met de bijtjes.
Grassen wuiven, bloemen buigen.
Bijen zoete nectar zuigen.
En de krekels sjirpen schril en luid,
hun zonneliedje dankend uit.

Alles is zo licht en blij,
in de zomerse zonnewei.

Windehuu ~ Windehoe!

Zeg me, waar zweven we naar toe?
Waarheen willen we gaan spelen?
Met de vlinder zijde wit en de hommels en de torren,
die over de bonte bloemen snorren.
Stralend glanzen al die bloemen,
om de zomerweide te roemen.

Ja, in de zomer is alles licht en blij
in de zomerse zonnewei.

Gedicht door Hermien IJzerman

Bloemenzee Bloemenzee door Cornelia Haendler

Sint Jansvuur

Sint Jan

Element vuur ( Keltisch gezang) vertaald door Christja Mees-Henny

Ik ben de wind die over de zee blaast
Ik ben een golf van de oceaan
Ik ben het ruisen van de branding
Ik ben zeven heerscharen
Ik ben een sterke stier
Ik ben de adelaar op een rots
Ik ben een straal van de zon
Ik ben het mooiste gras ter wereld
Ik ben een moedige wilde beer
Ik ben een zalm in het water
Ik ben een meer op de vlakte
Ik ben een vindingrijke kunstenaar
Ik zwaai mijn zwaard als overwinnaar
Ik kan mijn gedaante veranderen Als een God.

Bron: http://www.zonnejaar.nl

 

Bootje

Water

Geschreven door Christja Mees-Henny

Verreweg het grootste deel van de aarde is bedekt met water. Het vult de zeeën en oceanen, het doortrekt de aarde tot in de diepste diepten, en ligt als een fijne doorschijnende mantel in de atmosfeer om onze planeet heen. Het voedt alles wat leeft en groeit als levenswater, met een dynamische levenskracht.

Want dynamisch is het. Helder en zuiver borrelt en spuit het vanuit de diepten tégen de zwaartekracht in naar boven, doordrenkt de aarde en begint zijn doelbewuste weg als beek of stroompje naar beneden, verbreedt zich tot rivier, en stort zich tenslotte uit in de open wijde zee waarin alle afzonderlijke waterdruppels één eenheid vormen.

Als damp stijgt het dan omhoog, om later weer als regen naar beneden te stromen, en zich te verbinden met de aarde. Zo is dit een eeuwig durende kringloop, een eeuwig voortgaande beweging van energieën.

Als mens zijn we een stukje van de aarde, en bestaan voor ruim 80% uit water.

Ons stromende bloed is de drager en de voedster van de energieën van ons ik, maar ook van ons emotionele zielenleven. Het voedt ons lichaam en wekt voortdurend nieuwe levenskracht.

Het water als beeldende uitdrukking van het onbewuste heeft Jung vele malen beschreven.

Rudolf Meyer zegt in verband met gedachten over het imaginatieve element in volkssprookjes: Mensen die bij het water wonen en leven, bewaren vaak langer een toestand welke de ziel niet helemaal doet overgaan uit het droomleven tot het wakende klaar omlijnde dagbewustzijn. Dag aan dag vele uren uitzien naar de golven maakt de ziel wijd; ja het doet de verre etherische krachten zachtjes uit de lichamelijkheid treden.

En Goethe schrijft in zijn ‘Gezang der geesten boven de wateren’:

Gedicht Goethe

En zoals de maan het water in de zeeën en de sapstromen in de planten op de aarde aantrekt, en terug laat vallen als eb en vloed, zo heeft hij ook invloed op onze bloed- en sapstromen én onze emoties. Deze kracht beleven we bij iedere volle maan (d) weer.

Dezelfde weg die de maan door de dierenriemtekens heen in één maand aflegt, bewandelt de zon in één jaar. En zoals de maan, elke maand weer, invloed heeft op het water van de zeeën, de sapstromen in de aarde, ons lichaam en onze emoties (vaak onbewust), zo heeft de zon, ieder jaar door de seizoenen heen , óók invloed op de bewegingen van het water op de aarde, ons lichaam en onze gevoelens.

Wij zijn een micro cosmos, levend in een macro cosmos, en onafscheidelijk verbonden door dezelfde wetmatigheden.

Op 21 juni staat de zon op haar hoogst. Vanaf 21 december is zij begonnen met stijgen, en als we in het voorjaar waarnemen wat er gebeurt in de natuur, dan is het alsof de zon waterstromen in de vorm van plantensappen en groeikrachten uit de aarde trekt met haar enorme levitatiemacht, tégen de zwaartekracht in.

De aarde ademt haar door water gedragen energieën uit, aangetrokken door de zon, en in de midzomer is het gehele aardoppervlak als het ware omgeven met circulerende sapstromen, als één bewegende uiterlijk dynamische energie.

Zouden we de zichtbare materie van hout en blad wegdenken, dan kunnen we ons voorstellen dat de aardbodem met een wand van hoge en lage waterfonteintjes overdekt is.

Ook dat proces van uitademing tot het uiterste herkennen we in onszelf.

We beleven elke zomer weer hoe moeilijk het is onszelf te concentreren op een moeilijk boek, en hoé graag we er op uit gaan naar buiten, fietsen, wandelen…of dromend in de wolken vanuit het groene, met bloemen bezaaide gras.

We hebben de neiging uít onszelf te vliegen, te zweven, te zijn net zoals het water sinds het voorjaar uit de aarde barst.

Met Johannesfeest beleeft dat gevoel zijn hoogtepunt als de natuur zich bijna te barsten bloeit, en er over het vuur gesprongen wordt.

En daar de vreugde alles in beweging brengt wat in de mens aanwezig is – zal zij hopelijk ook de diepere ernstige krachten in hem wekken…

“Ik moet afnemen – Hij moet groeien” zei Johannes de Doper. De kracht in de uiterlijke natuur zal afnemen, en zich in de aarde terugtrekken naar de herfst en de winter toe. De kracht in de innerlijke persoonlijkheid zal van nu af aan toenemen, en als een innerlijk licht met Kerstmis beleefd kunnen worden.

Bron: http://www.zonnejaar.nl

Visjes Zeeleven door Elisabeth Oling – Jellinek

Visje

Visje, met je goud en rood
Kreeg je die kleuren van de zon?
Woon je in de zee of in een sloot?
Kom eens bij me visje, kom.

Dan kan ik je snelle vinnen zien,
En je snelle staart
En je schubjes ook misschien,
Ik heb wat brood voor je bewaard.

Visje, wat zwem je vlug
Met je staart wuif je gedag,
Kom je gauw weer hier terug,
Dat ik jou weer groeten mag?

Pinksterduif

De witte duif

Voor het paleis van een koning stond een prachtige perenboom die ieder jaar de schoonste vruchten droeg, maar wanneer de vruchten rijp waren, werden ze er in één nacht allemaal af gehaald, en geen mens wist wie dat gedaan had.

Nu had de koning drie zonen, maar de jongste werd voor dom gehouden, en men noemde hem ‘Domoor’.

De koning beval de oudste zoon om een jaar lang elke nacht onder de pereboom te waken zodat de dief ontdekt zou worden. Dat deed de oudste zoon en hij waakte elke nacht. De boom bloeide, en zat vol vruchten, en toen ze rijp begonnen te worden, waakte hij nog ijveriger, en eindelijk waren ze helemaal rijp, en zouden ze de volgende dag geplukt worden. Echter in die laatste nacht werd hij door slaap overmand, en sliep hij in. En toen hij ontwaakte, waren alle vruchten weg en alleen de bladeren nog over.

Toen beval de koning de tweede zoon een jaar lang te waken, maar hem ging het niet beter dan de eerste zoon. In de laatste nacht kon ook hij de slaap niet overwinnen en de volgende morgen waren alle peren er af geplukt.

Ten slotte beval de koning Domoor een jaar te waken. En allen die aan het hof van de koning waren, lachten erom. Domoor echter waakte, en in de laatste nacht wist hij zijn slaap te overwinnen. Hij zag hoe een witte duif aangevlogen kwam, de ene peer na de andere afplukte en wegdroeg.

Toen de duif met de laatste peer wegvloog stond Domoor op en ging de witte duif achterna. De duif echter vloog op een hoge berg en verdween opeens in een rotsspleet.

Domoor keek om zich heen, en zag een klein grauw mannetje naast zich staan, tot wie hij sprak: ‘God zegen je’.

‘God heeft me gezegend op dit ogenblik door deze woorden van jou’, antwoordde het mannetje ‘Want jouw woorden hebben mij verlost. Daal af in de rots, daar zul je je geluk vinden’.

Domoor ging de rots binnen, vele treden voerden hem naar beneden, en toen hij onder in aan kwam zag hij daar de witte duif door spinnenwebben omwonden en verstrikt. Toen de witte duif Domoor zag, lukte het haar om los te komen en toen zij de laatste draden kapot getrokken had, stond daar een schone koningsdochter voor hem, die hij verlost had. Zij werd zijn gemalin en nam hem mee naar haar rijk. Hij werd koning over een machtig rijk en regeerde met wijsheid.

Uit Grimm, Verzamelde Werken in de oer-uitgave

Het is echt de moeite waard om de diepere lagen van dit sprookje beschreven door Christja Mees-Henny te lezen op:

http://www.zonnejaar.nl

 

Voor meer diepgang rondom Spreuken en Gebeden, kunt U de volgende link aanklikken:

Spreuken en Gebeden als helpers op onze levensweg

Mei

Mei

In Mei ~ in Mei,

dan glimt en glanst de wei.

Dan is daar louter leven, zweven

en dansen wij elfen vrolijk en blij.

In Mei ~ in Mei,

helpen wij de planten groeien.

Laten wij de bloemen bloeien,

in het zonne-lichtgetij.

In Mei ~ in Mei,

dansen wij met bij en vlinder.

En de krekeltjes daarginder,

sjirpen ons een leid daarbij.

In Mei ~ in Mei,

dragen wij de kracht omhoog,

naar de lichte hemelboog,

met onze elfenrij.

Pasen

April
De sterretjes van ’t speenkruid en hoefblad klein,
Begroeten de warme zonneschijn.
Zie, de bijen hebben gouden stuifmeelbroekjes aan!
Ja! Lente is door onze tuin gegaan.

Zilverschijnend en als van zacht fluweel,
Blinken wilgenkatjes aan donkere twijgen.
Het is, alsof louter klaterlachjes
Dóórbreken uit het ernstige zwijgen.

Teer ontluikt het leven, als uit de dood.

De natuur onthult ons haar wonder, zó groot,
Dat, bij een innerlijk beleven,
Het ook aan ons een nieuw begin kan geven.

De jonge lentemaan gluurt door de kale twijgen –

Een trillend vogellied doorbreekt het stille zwijgen.
” ’t wordt Pasen”, zeg ik tot mij zelve zacht.
En overdenk het grote offer, dat eens werd gebracht.

Gedicht: Hermien Ijzerman, Langs Paden.

Afbeelding: Komm Lieber Mai, Dorothea Schmidt

(Raffael-Verlag Ittigen)

 

Maart Hermien Ijzermann

Maart

In iedere knop, hoe klein hij moge zijn,
Ligt de voltooiing reeds verborgen.
Ook iedere dag die wij verzorgen,
Bevat de krachten reeds voor morgen.

Taaie volharding is wat de natuur nu oefenen wil,
Stormen trotseren met ijzeren wil.
Ook de mens kan dit volbrengen.
En dan: afwachten na de inspanning, verlossend en stil.

Zie! De knoppen gaan zwellen.
Zie! De kluit onthult zijn sprieten.
Ja, alles wil ons vertellen,
Van hoeveel schoons wij kunnen genieten.

De krokussen bloeien!
Hoe glanzend en geel, gelijk het geurige Safraan.
De bijen hebben stuifmeelbroekjes aan,
Oh zie, De lente is dansend!

Gedicht en afbeelding: Hermien Ijzerman, Langs Paden.

De Seizoenen

Maria Lichtmis

Kom neem je lichtjes in je hand,

kom naar buiten met je licht.

De zon weer rijst en de dag weer lengt,

krijgt natuur een nieuw gezicht.

In de herfst stak jij je kaarsjes aan

in het donker van je knol,

van harte door de kersttijd gesterkt

schijnt het nu zo liefdevol.

Kom water neem ons licht nu op,

laat het schijnen in je stroom,

laat het stralen saam met de sterrenglans

in de groei van elke knop.

Draag ons kleine licht als spiegelbeeld

naar het grote licht omhoog.

Dat zon en maan en hemelboog

het beamen met hun schijn.

Bron: http://www.doehoek.nl

winterstilte

Uit het Kleine Volkje door Hermien Ijzerman.

Winterstilte

Het is de goede Moeder Aarde,
Die het kleine volk bewaarde,
In de donkere wintertijd.

Zij slapen en rusten tezamen.

Doch, toen zijn in de aarde kwamen,
Waakten zij eerst nog lange tijd,
Over al het stille leven,
Dat daar toevlucht had gezocht van wijd en zijd.

En dat daar slapend was gebleven,
Om de koude boven te ontgaan
En beneden warm te blijven,
Tijdens Koning Winters barre bestaan.

drie koningen 8

Drie koningen 

Drie koningen schrijden langs wegen ver,
naar Bethlehem wijst hen de gouden ster.

De eerste is Melchior met het goud,
de tweede is Balthasar wijs en oud.

Als derde komt Kaspar die mirre brengt,
dat hij vol eerbied het kindje schenkt.

In Bethlehem vinden zij het heilig kind,
dat hemel en aarde weer samenbindt.