Verdieping

Proviand op onze levensweg

De wandeling

Als je deze zomer een lange reis gaat maken neem je eten en drinken mee, vooral als je door een onherbergzaam gebied gaat. Ook op onze levensreis hebben we voedsel nodig, voedsel voor onze ziel. Wie als kind veel van dit voedsel voor de ziel kan vergaren heeft als volwassenen een belangrijke innerlijke bron waar kracht uit geput kan worden. Beelden zijn voor kinderen als de zaden van een zonnebloem; geconcentreerde groeikracht en gerijpt in het licht van de zon. Beelden uit sprookjes, prentenboeken en kinderboeken kunnen behoren tot het voedsel voor de ziel dat we aan onze kinderen geven. In het boek Sterke Wanja van O. Preussler, wordt de kracht van de zaden van zonnebloemen beschreven.

Wanja is een domme jongen waar iedereen om lacht. Hij is lui, als anderen werken ligt hij in de zon. Hij ontmoet een blinde bedelaar, die hem zegt : ”Neem zeven schapenvachten en zeven zakken zonnepitten en ga daarmee op de kachel zitten. Ieder keer als je een zak zonnepitten op hebt moet je proberen het dak op te tillen. Lukt dit en kun je de hemel zien, dan trek je de wereld in en zul je een tsaar worden”. Wanja volgt de raad op van de blinde bedelaar. Niemand begrijpt hem. Zijn broers proberen hem van de kachel te verjagen. Maar Wanja blijft zitten en als na zeven jaren alle zonnepitten op zijn kan Wanja het dak optillen. Hij is ontzettend sterk geworden, hij trekt de wijde wereld in en verslaat een draak, een boze ridder en verraders. Uiteindelijk wordt hij Tsaar.

Kinderen moeten ook ”op de kachel” kunnen zitten om warmte en kracht op te kunnen doen voor het latere leven. Beelden zijn de zonnepitten die het kind de kracht geven om de wereld in te trekken. Er zijn in deze tijd veel krachten die het kind van de kachel willen halen. Het kind moet te vroeg de wereld in, wordt te vroeg uit zijn belevingswereld gehaald en heeft nog niet voldoende ”zonnepitten gegeten”. Ook wordt geprobeerd de zonnepitten te verwisselen met giftige of voze zaden die geen kracht hebben. Dit gaat ten koste van de warmte en kracht die het kind had kunnen verzamelen, als het rustig ”op de kachel” had mogen blijven zitten.
Daarom is de kwaliteit van beelden die kinderen aangeboden krijgen erg belangrijk. De beelden moeten inderdaad groeikracht hebben.

Prentenboeken: vensters op de wereld

Verhalen

Het kleine kind neemt de werkelijkheid op in beelden, het denkt nog niet in begrippen (vastgelegde stukjes werkelijkheid). Alles is nog stromend, in beweging. Werkelijkheid en fantasie lopen in elkaar over, vermengen zich. Een stoel kan een auto zijn, een kleed een zee, een bank een boot. Omdat het kind in een beeldenwereld leeft is het goed kinderen beelden te geven om die innerlijke beweeglijkheid te voeden. In deze beeldentaal herkent het kind zichzelf en zijn wereld. Bijvoorbeeld in prentenboeken, maar ook in allerlei kinderrijmpjes.

In deze tijd raakt de beeldenwereld van het kind steeds meer verarmd door onze vervreemding van de natuur, van arbeidsprocessen (ambachten), enz. In de steden is de kans groter dat de kinderen worden overspoeld met beelden die verwant zijn aan de techniek. Deze beelden zijn hoekig, star, monotoon. Daarom is het zo belangrijk kinderen beelden te geven die verwant zijn aan het leven: groeiprocessen, ambachtelijke processen, jaargetijden en natuurwezens.

Prentenboeken kunnen daarbij een soort venster op de wereld zijn waardoor het kind vanaf een jaar of 3 veel in zich op kan nemen wat hem vertrouwd maakt met allerlei wat er om hem heen gebeurt, wat er in hem zelf, tussen mensen en in de wereld gebeurt.
Goede prentenboeken kunnen een aanvulling zijn op de beelden uit het dagelijks leven van het kind. Zo kunnen prentenboeken op allerlei manieren een rol spelen bij het op een liefdevolle manier vertrouwd raken met het leven op deze aarde. Wezenlijk voor het kind is het bouwen aan het lichaam als een huis waarin het hier op aarde kan wonen. Een prachtig prentenboek in deze is : Het huisje dat verhuisde, geschreven door Virginia Lee Burton, Lemniscaat (vanaf 5 jaar).

Op weg gaan, ervaringen opdoen, de wereld ingaan en weer veilig terug komen, zijn belangrijke ervaringen voor kinderen. Dit thema is mooi uitgewerkt in : ”Het vogeltje dat te ver vloog” , ”Olles skitocht”, ”Hansje in bessenland”, vanaf 4 jaar en ”Hansje Stoffel ” allen vanaf 3 jaar.

In deze tijd is het erg onzichtbaar wat er allemaal nodig is om iets tot stand te brengen. Als je dit zichtbaar kunt maken kun je eerbied en dankbaarheid wekken voor al het werk dat er verzet is.

Dit thema is mooi uitgewerkt in : ”Pelles nieuwe kleren”, ”Joris en zijn muis”, ”Dankjewel lekkere appel”, ”Dankjewel lekker brood”. Een echte aanrader ( ook voor het kleine kind vanaf 2 jaar) zijn de rijmboekjes van Hermien Ijzerman en Hennie de Gans-Wiggermans.
Er zijn ook goede prentenboeken die een beeld geven van het ritme der seizoenen, beelden van bloeien en verwelken, naar buiten gaan en weer naar binnen keren. Enkele voorbeelden hiervan zijn : ”Het verhaal van de wortelkindertjes”, ”Van winterkrans tot zomerdans” en de prentenboeken van Tinke Winke ( geschreven en geïllustreerd door Lidwien van Geffen).

Kleine kinderen beleven nog de waarheid van het bestaan van natuurwezens als elfen en kabouters. Er zijn een aantal prentenboeken die op heel kunstzinnige wijze een beeld geven van deze natuurwezens : ”Tomte Tummetot”, ”Tomte en de vos”, ”De kabouterkinderen” en het ”Zonne-ei”. Bij het bekijken van prentenboeken kan het kind zich rustig verbinden met de beelden.

Het kind kan zelf bepalen hoe lang het een bepaald beeld wil zien. Kenmerkend voor het samen bekijken van een prentenboek is de rustige aandacht. Het kind kan invloed uitoefenen op de volgorde van de beelden, het kan terugbladeren, van achteren naar voren kijken, het verhaal onderbreken. Hoe anders is dat bij televisie kijken! Het gesproken woord bij het bekijken van een prentenboek is levend, er is een dialoog mogelijk van mens tot mens(je). Het kind kan het prentenboek aan vader, moeder, broertje of zusje vertellen. Hierdoor wordt het kind geactiveerd, het kan zelf initiatieven nemen. Bovendien is er een relatie tussen de kinderen en de verteller en een warme omhulling van de kinderen die dicht tegen je aan zitten of bij je op schoot zitten. Kinderen willen bepaalde prentenboeken steeds weer zien. Het kind kan zich daardoor intensief met bepaalde beelden verbinden. Bij de keuze van een prentenboek kun je rekening houden met dit kind, je kunt aansluiten bij de leeftijd, karakter, temperament, ervaringen van het kind.

Goede kunstzinnige prentenboeken ademen in vorm, kleur en inhoud liefde voor de wereld, voor de mensen en hun ontwikkeling. Er gaat warmte en werkelijk licht vanuit, waar verteller en kind kracht uit kunnen putten. Zo kunnen prentenboeken licht, warmte en vrolijkheid brengen in het leven van kinderen zodat ze als de zonnepitten van Wanja tot een innerlijke kracht kunnen worden waarmee zij de wereld in kunnen gaan.

Proviand op onze levensweg

In een andere wereld

“Ik vroeg aan Jonathan waarom hij zoiets gevaarlijks moest gaan ondernemen. Hij kon toch zeker net zo goed lekker bij het vuur in de Ruiterhoeve blijven zitten. Maar toen zei Jonathan dat er dingen waren die je móest doen, ook al waren ze gevaarlijk. “Waarom dan, vroeg ik. “Anders ben je geen mens, maar een lor”, zei Jonathan.

Fragment uit De gebroeders Leeuwenhart.

Er zijn boeken die als kind of jongere een diepe indruk op je gemaakt hebben. Je vergeet die boeken niet meer. Je herinnert je vooral de gevoelens die er bij je opgeroepen werden:  warmte, sympathie, bewondering, eerbied maar ook : medelijden, afschuw en antipathie. Je werd een vriend van Remy uit “Alleen op de wereld”, je deelde zijn vreugde en verdriet. Je trok mee met John  Sager uit “De kinderkaravaan”en je droeg mee de druk die hij had voor zijn broertjes en zusjes in de wildernis. Je was kwaad op de uitbuiters in “Levende Bezems” , je vereenzelvigde je helemaal met de schoorsteenveger-jongens. Je bewonderde de moed van “Rossy het krantenkind”die een brandend huis inging om haar broertjes te redden.

In al die boeken werden de mensen tot leven gewekt, het werden daardoor mensen die invloed op je hadden. Je vereenzelvigde je met deze mensen of je zette je er juist tegen af. Zo worden kinder- en jeugdboeken “metgezellen”op je levensweg. Reiskameraden die je kunnen inspireren en bemoedigen, die je blik verruimen, je confronteren  met jezelf, met andere mensen, met de wereld waarin je opgroeit. Boeken kunnen je eigen ervaringen aanvullen, verrijken en verdiepen. Het is bij de keuze van kinder- en jeugdboeken niet eenvoudig het kaf van het koren te scheiden. Het lijkt mij dat je in ieder geval het volgende van kinder- en jeugdboeken mag verwachten:

1) Het boek moet zicht geven op een mogelijk betere wereld en het moet de wegen aangeven waarlangs je dat zou kunnen bereiken, al zijn het maar kleine bescheiden stapjes.

2) Het boek moet de weerstanden laten zien die je ondanks goede wil en goede bedoelingen moet overwinnen in jezelf, in relaties met anderen en in de wereld.

3) Het boek moet eerbied, verwondering en belangstelling wekken voor  de wereld.

4) Een kinder- en jeugdboek moet ook de belangstelling van volwassenen kunnen wekken, volwassenen kunnen er ook door ontroerd worden of van onder de indruk raken.

5) Kinderen en volwassenen moeten niet als twee partijen voorgesteld worden die tegenover elkaar staan in de zin van : volwassenen zijn slecht en kinderen zijn goed.

6) Uit de manier waarop mensen beschreven worden moet eerbied blijken voor de mens.

7) het kind moet in het boek iets herkennen van hetgeen hij/zij innerlijk doormaakt in zijn/haar levensfase.

8) Het kind moet als kind beschreven worden en niet als een kleine volwassene die al allerlei volwassen oordelen heeft die niet bij een kind horen.

Kinderen en jongeren zijn zeer ontvankelijk voor indrukken, niet alleen zintuiglijke indrukken maar ook voor morele indrukken. Deze indrukken leggen mede de basis voor de manier waarop het kind later in de wereld zal staan.

Andersen beschrijft in zijn sprookje “De sneeuwkoningin” hoe Kai  een splinter in zijn hart krijgt van een spiegel die de duivel op aarde heeft laten vallen. Zijn warme hart verstart tot een ijsklomp en het enige wat hij nog kan is het spelen van het “ijzige verstandsspel”in het paleis van de sneeuwkoningin.

Deze “glassplinters”komen soms ook in kinderboeken terecht en zijn soms aantrekkelijk verpakt of verborgen in veel verkochte boeken. Met name kan dat het geval zijn met boeken die kinderen al op jonge leeftijd willen confronteren met allerlei problemen van volwassenen.

Lea Dasberg, hoogleraar historische pedagogiek, schrijft in de gids “Boek en Jeugd”:          “Veel  mensen  -en met name kinderen-  denken dat ze gevangen zitten tussen duizend grenzen. Grenzen van leeftijd, van sekse, van cultuur, van klasse, van geest, van lichaam, van tijd. Puur realistische boeken bevestigen dat gevoel van gevangenschap. Puur fantasie zet ze gevangen op een dromeneiland vanwaar geen brug is naar het vasteland van de werkelijkheid.

“Klassieken bieden zowel de herkenbaarheid van de werkelijkheid als de fantasie die nodig is om de werkelijkheid te kunnen veranderen. Klassieken maken vrij”.

Onder “klassieken verstaat Lea Dasberg kinder- en jeugdboeken die niet gebonden zijn aan een bepaalde tijd en die grensverleggend zijn, in de zin van het hierboven aangehaalde citaat.

Er zijn op het ogenblik veel goede kinder- en jeugdboeken die bevrijden van grenzen, die “bevrijdend”werken.

Al deze teksten zijn geschreven door Bert Voorhoeve. U kunt ook eens kijken op zijn site:

http://www.bertvoorhoeve.eu

Andere inspirerende sites:

http://www.zonnejaar.nl

http://www.doehoek.nl

http://www.antrovista.nl

http://www.beleven.org

http://www.aunyahuisuitgave.jimdo.com

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dit is een voorbeeld van de pagina Over. In tegenstelling tot berichten zijn pagina’s beter geschikt voor meer tijdloze inhoud die je eenvoudig toegankelijk wilt maken, zoals de gegevens bij Over of bij Contact. Klik op de link Bewerken om wijzigingen door te voeren in deze pagina of voeg een nieuwe pagina toe.